home | faq
FAQ

Is AAP een normaal- of een globaalmethode?

Een combinatie van beide maar iets meer normaalmethode dan globaalmethode.

 

Waarom is gekozen voor een combinatie?

Lezen en spellen op woordniveau in een fonetisch schrift vereist op de eerste plaats dat de cursist het principe van de klank- tekenkoppeling doorziet. Die koppeling is vastgelegd in een staalkaart van (klankzuivere) normaalwoorden.

Lezen en schrijven van teksten vereist dat de aandacht van de cursist niet alleen gevestigd wordt op het afzonderlijke woord. Vanaf de allereerste les traint AAP de cursist om zijn ogen van links naar rechts over reeksen woorden te laten gaan, met de bedoeling dat hij de betekenis van het gelezene uit ‘zinnen' haalt en zich niet alleen focust op het afzonderlijke woord. Lastig bij deze benadering is dat je zelfs in de eenvoudigste Nederlandse zin niet om woorden heen kunt die niet klankzuiver zijn of die lastig te decoderen zijn door ‘hakken en plakken'. Denk maar aan woorden als: je, we, u, heb, hebben, zo, nu. Zulke elementaire, grammaticale woorden gaat AAP niet uit de weg. Dat is de consequentie van het feit dat AAP kiest voor zinnen. Van deze ‘niet klankzuivere woorden' wordt een bestand opgebouwd: globaalwoorden die gewoon herkend moeten worden.  

 

Ik mis in deel drie de afbeeldingen van de normaalwoorden. Klopt dat?

Dat klopt en daar zijn meerdere redenen voor.

Op de eerste heeft dit te maken met de keuze van de normaalwoorden. Voor mijn basisbestand heb ik klankzuivere woorden gekozen die heel frequent in de spreektaal voorkomen boven woorden die dan wel makkelijk uit te beelden zijn maar die je zelden hoort (dus liever: ‘is' dan ‘vis'; ‘geef' dan ‘zeef'). De te trainen vaardigheid is immers: koppelen van klank en teken. De basis voor klankherkenning en klankvorming is gelegd in deel een; van letterherkenning en -vorming in deel 2. In deel 3 komt het aan op de link tussen het horen van klanken en het zien van tekens en omgekeerd het zien van tekens en het uitspreken van de klank. Met hoogfrequente woorden als ‘is' en ‘geef' als standaard-normaalwoorden kan dat. Door die woordbeelden regelmatig aan de cursist (in een context) te tonen worden deze standaardwoorden geautomatiseerd en kan hij de onderdeeltjes van die woordbeelden op nieuwe woorden ‘plakken'

Maar als je, wat bijvoorbeeld 7/43 doet, een zelden voorkomend woord als ‘zeef' kiest om de tekens van z-e-e-f  te kunnen koppelen aan een tekening van desbetreffend keukengerei, leid je de cursist alleen maar af van de vaardigheid die hij aan het trainen is: spellend lezen of lezend spellen.

Een tweede reden om de normaalwoorden niet af te beelden, is het feit dat AAP kiest voor contexten (stripverhaaltjes). Het verloop van die contexten wordt gevolgd door plaatjes. De cursist moet verleid worden om vooraf zich dingen af te vragen als: ‘Wat zegt dat meisje?' of ‘Waar gaan ze nu naar toe?' Als hij het verhaaltje kent en herleest, hangen de zinnetjes bij de plaatjes en die het verhaaltje vormen letterlijk in zijn geheugen. Met deze geheugensteuntjes kan hij de zinnetjes zelfstandig ‘automatiseren' en kan hij de bijbehorende oefeningen maken.

 

Kun je makkelijk gedifferentieerd werken met AAP?

Ja, op de eerste plaats zitten er drie leerlijnen in (de drie delen). De stof wordt lineair gepresenteerd van een begin- tot eindpunt. De drie lijnen kunnen los van elkaar gevolgd worden. Elke cursist zal uiteindelijk deel 3 integraal doorwerken maar het hangt van niveau en voorkennis per cursist af of het doorwerken van deel 1 en 2 daadwerkelijk voorwaarde is om aan deel 3 toe te komen. Met name de behoefte aan deel 2, zal sterk variëren.

In de praktijk kun je de cursist vrijwel altijd aan deel 1 zetten, en tegelijk aan deel 2 als hij daar behoefte aan heeft. Deze werkt hij in eigen tempo af. Daarna, of althans als hij een flink eind gevorderd is met deel 1 begint hij aan deel 3. Een mogelijk goed moment om aan deel 3 naast deel 1 te beginnen is na les 14 van deel 1. Daar zijn alle vocalen behandeld (behalve schwa uit les 30. Het verdient aanbeveling om die dan voorrang te geven).

Na verschijnen zal voor verschillende punten van de leerlijn zo snel mogelijk verdiepingsmateriaal worden ontwikkeld.

Er kan dus gedifferentieerd worden naar

a. behoefte aan voorbereiding voor je met deel 3 begint

b. tempo om alles door te werken

c. behoefte om bepaalde delen nog een extra te oefenen. 

 

De ene analfabeet is de andere niet, hoe gaat AAP daarmee om?

In ieder geval is het nodig dat je voldoende luistervaardigheid hebt om het Nederlands als instructietaal te begrijpen. Aangenomen dat dat zo is, kunnen alle profielen met AAP aan de slag. Naar gelang behoefte kunnen accenten gelegd worden bij het uitstippelen van de routeplanner. Wie problemen heeft met het onderscheiden van klanken, kan met deel 1 aan de slag. Wie moeite heeft met de motoriek van het schrijven, vindt daarvoor oefenmateriaal in deel 2. Wie eerder in een alfabetiseringstraject is blijven steken, kan in deel 3 het punt vinden waar hij ‘gebleven is' en daar verder gaan.  

 

Waarom is er geen geluid bij deel 3?

De cursist is in deel 1 vertrouwd gemaakt met Nederlandse klanken. In deel 3 wordt verwacht dat de cursist zelf actief aan de slag gaat met de klank- tekenkoppeling. Door ‘hardop te lezen' moet hij ontdekken wat er staat. Het tempo waarin hij dit doet, bepaalt hij zelf. Dit zal aanvankelijk veel lager liggen dan normaal uitgesproken woorden en zinnen. Persoonlijke ondersteuning is daarom beter dan gelijktijdig afspelen van een cd.

 

Kun je AAP ook gebruiken voor autochtone analfabeten?

Alleen als zij behoefte hebben aan de eerste grondbeginselen van technisch leren lezen. Deze groep is waarschijnlijk heel klein omdat in Nederland iedereen onderwijs heeft gehad. De autochtonen die in de pers analfabeten worden genoemd, zijn functioneel analfabeten.

Wel is er de groep mensen die op jonge leeftijd naar Nederland gekomen zijn, geen enkele scholing hebben gehad maar niet meer als allochtonen beschouwd worden: te denken valt aan Molukkers, Surinamers en Antillianen.

Zijn kunnen baat hebben bij AAP. Deel 1 zal voor hen overbodig zijn in de zin van uitspraakcursus maar kan misschien goede diensten bewijzen als oefening in ‘meelezen'. De uitgesproken tekst staat immers uitgeschreven in het boek. 

 

Deel 1 is veel te moeilijk! Wat moeten we daar nu mee?

Waarom veel te moeilijk? In elke les gaat het om één hoofddoel: het leren onderscheiden en uitspreken van twee vocalen. Daarop moeten de cursisten getraind worden met luisteren en uitspreken. De opzet van de 30 lessen is identiek en na een paar lessen gewenning pikken de meesten dit op. Na 15 lessen zijn alle vocalen een keer gepasseerd.

Naast dit hoofddoel zitten er andere doelen in de lessen verwerkt: het kunnen horen en uitspreken van moeilijke consonantclusters en voor en achtervoegsels. Deze worden systematisch gepresenteerd, vooral in de nazegrijtjes van afzonderlijke woorden.

Voor cursisten die alles willen begrijpen zijn de teksten soms heel moeilijk, om niet te zeggen onbegonnen werk.Tijdens de pilots viel echter op dat cursisten die behoefte loslaten door zich te concentreren op de klanken die ze horen en na moeten zeggen.

Je kunt het vergelijken met (buitenlandse) liedjes die je wel eens in je hoofd hebt zitten zonder ze helemaal te verstaan.  

 

Kan ik een cursist zelfstandig aan het werk zetten met AAP?

Ja, de leerstof is lineair geordend en ook het aanbod van de oefenvormen verloopt systematisch. Hij zal intensief hulp nodig hebben als er een nieuwe oefenvorm opduikt (nieuwe pictogrammen en aanhef). Daarbij hoort een goede instructie en iemand die controleert of de instructie begrepen is. In deel 3 bij elk nieuw stripverhaaltje heeft de cursist iemand nodig die voorleest en meeleest. 

 

Wanneer zet ik welk deel voor wie in?

Iedereen kan beginnen met deel 1. Tegelijkertijd kan met deel 2 begonnen worden. Qua opzet is deel 3 bedoeld voor cursisten die deel 1 en 2 hebben doorgewerkt.

In de praktijk zal die tijd te lang zijn en het geduld van de cursist teveel op de proef stellen. De routeplanner kan daarop worden aangepast. Het programma wordt dan als volgt:

Tegelijk met de 15e les deel 1 kan een begin gemaakt worden met deel 3. Als daarvoor gekozen wordt, geef je op dat moment in deel 2 alle lessen met de kijkplaten en bewustmaking van het fonetisch principe voorrang. Daarna begin je met deel 3.

De resterende spreek- en luisteroefeningen uit deel 1 doseer je over de rest van de cursus, net als het oefenen van de schrijfletters uit deel 2. 

 

Hoe kan ik mijn lesuren het beste indelen?

Zorg voor afwisseling in de lessen. Deel de tijd zó in dat de cursisten actief bezig blijven en leerprikkels krijgen. Neem de tijd om de oefeningen voor te bereiden, te praten over wat er van hen verwacht wordt.

Deel 1 is heel intensief. Je kunt daar niet langer dan drie kwartier achter elkaar mee werken. Met deel 2, de schrijfoefeningen kunnen cursisten veel langer achter elkaar bezig zijn. Praat uitgebreid over de platen en de letters (letterherkenning). Geef goede instructies bij de schrijfoefeningen. Let bijvoorbeeld ook op de schrijfhouding van elke cursist. (zorg dat ze het papier recht voor zich hebben, dat de andere hand ook op tafel ligt. Praat over de oefeningen: over hoofdletters en kleine letters, over de richting die de pen volgt en de volgorde waarmee je letters opbouwt (zoals L,F, E, M, G).

Bij deel 3 is timing en afwisseling heel belangrijk. Besteed genoeg tijd aan het stripverhaaltje. Zorg dat de dialoogjes worden ingeslepen, zodat ze bijna letterlijk gekend worden.

Bij de oefeningen ervoor zorgen dat letters een andere functie krijgen dan in deel 2. Hier ligt de nadruk erop dat klanken en tekens gezamenlijk woorden vormen en die woorden gezamenlijk zinnetjes.

Hou de werkvormen actief en laat ze niet te lang duren. Bij deel 3 hoort intensiteit. Wissel intensief en extensief af maar neem bij extensieve vormen iets anders, bijvoorbeeld het oefenen van letters uit deel 2 of oefen ‘vrij spreken'. 

 

Hoeveel studie-uren beslaat AAP?

Het is de bedoeling dat AAP in een vlot tempo wordt doorgewerkt.

 

Het basisprogramma bevat:

Deel 1. Drie lessen per keer. Dus 30 lessen (van drie kwartier) samen: 30 lesuren

Deel 2 De 40 lessen, per zitting 2 tegelijk en samen een uur: 28 lesuren

Deel 3 De 45 lessen over gemiddeld een lesuur verdelen: 45 lesuren

totaal 103 lesuren

 

In de praktijk is er een groot verschil in lesfrequentie, variërend van één bijeenkomst per week tussen vier dagen per week. Om het geleerde te verwerken is tijd nodig om de stof te laten bezinken. AAP biedt een programma dat leidt tot technisch lezen en schrijven. Cursisten die een intensief programma krijgen, zouden hier zes weken mee bezig moeten zijn. Cursisten die weinig les krijgen, moeten toch proberen om de stof in maximaal 3 maanden te verwerken.

 

Moet ik van mijn cursisten verwachten dat ze thuis huiswerk maken?

Cursisten die een intensief  programma volgen, hoeven dit niet. Cursisten die bijvoorbeeld één keer per week samenkomen liever wel. Het doel is dat ze het geleerde onderhouden. Cursisten die vooruit willen werken, kunnen vaak niet overzien met welk doel ze dat doen. Afbakening en instructies zijn dus heel belangrijk.

 

Wat is het eindniveau van AAP?

Niveau B van het raamwerk van Cito, dat wil zeggen op de overgang van technisch naar begrijpend lezen.

 

Wat moet ik doen als AAP uit is?

Dan kun je twee kanten op.

Wie het accent wil leggen op het verbeteren van de taalvaardigheden, kan een begin maken met een NT2 methode, zoals de Basiscursus (Delfste methode).

De andere lijn is de directe voorbereiding op het inburgeringsexamen. Laaggeletterden hebben waarschijnlijk de meeste kans als ze zich toeleggen op portfolio's. 

 

Wat doet AAP aan de voorbereiding op het inburgeringsexamen?

AAP stelt de cursist in staat om intensief te werken aan technisch lezen en schrijven. Het praktijkgedeelte van het inburgeringsexamen ‘meet' functionele vaardigheden. AAP kan slechts gebruikt worden als intensief voortraject op de voorbereiding. De functionele vaardigheden komen na AAP aan bod en daarom moet AAP in een afgebakende tijd worden doorgewerkt.

Daarnaast kan AAP wél wat betekenen bij de voorbereiding op het centrale examen: de Toets Gesproken Nederlands. De cursist leert reageren op een opgenomen stem met keuzes maken en nazeggen.

Tip voor u!
cover
AAP
Alfabetiseren in drie stappen
Het Alfabetisering Anderstaligen Plan, kortweg AAP, is een nieuwe, rijk geïllustreerde, alfabetiseringsmethode voor anderstalige...verder